Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Inleiding

Het MedMij Afsprakenstelsel onderscheidt om te beginnen twee use cases voor de gegevensuitwisseling tussen de Persoon en zijn Zorgaanbieder, namelijk de use case Verzamelen en de use case Delen. Met de use case Verzamelen kan de Persoon zijn gegevens en gezondheidsinformatie in zijn PGO inkijken, opslaan en beheren. Met de use case Delen kan de Persoon gegevens en gezondheidsinformatie vanuit zijn PGO aan zijn Zorgaanbieder aanbieden, opdat de Zorgaanbieder deze informatie kan opnemen in zijn medisch dossier.

Daarnaast is er de use case Abonneren, waarmee Persoon en Zorgaanbieder kunnen afspreken dat de Zorgaanbieder gedurende een zekere looptijd meldingen kan doen bij de PGO over wijzigingen in beschikbare gezondheidsgegevens. Die meldingen heten Notificaties. Na het afspreken van zo'n abonnement gebruiken partijen de use case Notificeren voor het uitwisselen van die meldingen.

In de uitvoering van de use case Verzamelen en de use case Delen zijn verschillende rollen betrokken. Hieronder wordt voor de voornoemde use cases uitgewerkt welke partij waar in het proces welke (verwerkings)verantwoordelijkheid heeft gelet op de (specifieke) privacy wet- en regelgeving die op betrokken partijen van toepassing is.        

Authenticatie

Voor de use cases Verzamelen, Delen en Abonneren geldt dat in het geval de Persoon gegevens en/of gezondheidsinformatie met zijn Zorgaanbieder wil uitwisselen, of een abonnement aangaat, de Zorgaanbieder de Persoon altijd eerst moet identificeren en authenticeren. Zoals ook in het Juridisch kader is aangeven wordt hiervoor binnen het MedMij Afsprakenstelsel gebruik gemaakt van een door het ministerie van BZK aangewezen authenticatiemiddel. Het identificatie- en authenticatieproces geschiedt onder de verantwoordelijkheid van de Zorgaanbieder. De Zorgaanbieder is immers op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg, in het kader van het verlenen van zorg, verplicht de identiteit van de patiënt vast te stellen. Hiervoor mag op basis van deze wet het BSN door de Zorgaanbieder worden verwerkt. De interactie tussen de Persoon en zijn Zorgaanbieder via het MedMij Afsprakenstelsel wordt beschouwd als een handeling die valt onder (het vervolg van) de verlening van zorg. Hiervoor mag dan ook het BSN worden verwerkt. In het licht van de AVG betekent dit dat het de Zorgaanbieder is toegestaan om het BSN te verwerken op grond van art. 87 AVG en 46 Uitvoeringswet AVG. De rechtmatigheidsgrondslag voor de verwerking van het BSN op grond van de AVG is hiermee de uitvoering van een wettelijke verplichting die op de Zorgaanbieder als verwerkingsverantwoordelijke rust (art. 6 lid 1 sub c AVG). 

De Zorgaanbieder maakt in het authenticatieproces van de Persoon — die via MedMij gegevens/gezondheidsinformatie met zijn Zorgaanbieder wil delen  gebruik van een verwerker: de Dienstverlener zorgaanbieder. Deze Dienstverlener zorgaanbieder heeft enerzijds  om als Deelnemer in het MedMij Afsprakenstelsel zijn Diensten aan de Zorgaanbieder te mogen aanbieden  een Deelnemersovereenkomst met de Stichting MedMij gesloten. Anderzijds heeft deze Dienstverlener zorgaanbieder een verwerkersovereenkomst met de Zorgaanbieder gesloten. Op basis van deze verwerkersovereenkomst zorgt hij feitelijk voor, weliswaar namens, onder controle en in opdracht van de Zorgaanbieder, de authenticatie van de Persoon. Deze verwerkersovereenkomst rechtvaardigt de verwerking van de gegevens, gezondheidsinformatie en het BSN door de Dienstverlener zorgaanbieder in de rol van verwerker. De Dienstverlener zorgaanbieder wordt in zijn rol als verwerker beschouwd als de feitelijk beheerder van het medisch dossier die namens de Zorgaanbieder handelt en waarover de Zorgaanbieder als verwerkingsverantwoordelijke controle heeft (via de verwerkersovereenkomst). Voor deze situatie geldt het zogenoemde afgeleid beroepsgeheim. Dit houdt in dat de Zorgaanbieder aansprakelijk is als door de Dienstverlener zorgaanbieder in strijd met de geheimhoudingsplicht gegevens worden verwerkt. Vanwege het feit dat in de relatie tussen de Dienstverlener zorgaanbieder en de Zorgaanbieder het afgeleide beroepsgeheim geldt en de verwerkingsverantwoordelijke hier op kan worden aangesproken wordt de Dienstverlener zorgaanbieder hiermee als rechtstreeks betrokkene in de zin van art. 7:457 BW beschouwd. Voor deze situatie hoeft op grond van art 7:457 BW geen toestemming door de patiënt te worden gegeven.   

Met het oog op authenticatie handelt de Persoon dus rechtstreeks (via de Dienstverlener zorgaanbieder als verwerker) met de Zorgaanbieder. Als hij gegevens wenst uit te wisselen met zijn Zorgaanbieder, dient de Persoon zich eerst te authenticeren bij zijn Zorgaanbieder. Met deze rechtstreekse relatie wordt gewaarborgd dat de Dienstverlener persoon nimmer de beschikking heeft over het BSN en/of informatie ten behoeve van de authenticatie van de Persoon, anders dan de terugkoppeling van de Zorgaanbieder (via de Dienstverlener zorgaanbieder) dat de Persoon wel of geen gegevens kan uitwisselen met de desbetreffende Zorgaanbieder. Identificatie en authenticatie van de Persoon is derhalve een aparte rechtstreekse rechtshandeling tussen de Zorgaanbieder (via de Dienstverlener zorgaanbieder) en de Persoon. Zonder deze identificatie en authenticatie worden er geen gegevens uitgewisseld. Pas nadat de identificatie en authenticatie heeft plaatsgevonden, kan de gegevensuitwisseling in het kader van MedMij plaatsvinden. Deze gegevensuitwisseling die op het authenticatieproces volgt, is een rechtshandeling tussen enerzijds de Dienstverlener persoon en de Persoon en de Dienstverlener persoon en de Zorgaanbieder anderzijds. In deze rechtshandeling vindt de uitwisseling van de gegevens over de gezondheid plaats op basis van uitdrukkelijke toestemming van de Persoon. Zie hiervoor ook onderstaande paragraaf UC Verzamelen en  UC Delen.   

UC Verzamelen en UC Delen

Toestemming aan de Dienstverlener persoon voor verstrekking

Zowel voor de use case Delen als de use case Verzamelen dient de Dienstverlener persoon op basis van de AVG toestemming te hebben voor de verwerking van de gegevens over de gezondheid van de Persoon. Om ervoor te zorgen dat de Persoon met gebruik van zijn PGO via het MedMij-netwerk gegevens kan uitwisselen en zijn gegevens en gezondheidsinformatie in zijn PGO kan beheren, sluit de Persoon een overeenkomst met de Dienstverlener persoon. Deze Dienstverlener persoon handelt — nadat identificatie en authenticatie tussen de Persoon en de Zorgaanbieder heeft plaatsgevonden — op basis van deze dienstverleningsovereenkomst namens de Persoon bij de gegevensuitwisseling tussen de Persoon en de Zorgaanbieder. In het licht van de AVG is de Dienstverlener persoon hiermee de verwerkingsverantwoordelijke in de uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst waarbij de Persoon via de PGO MedMij persoonsgegevens/gezondheidsinformatie deelt of uitwisselt met zijn Zorgaanbieder. De rechtmatigheidsgrondslag 'noodzakelijk voor de uitvoering van de overeenkomst’ (art. 6 lid 1 sub b AVG) is van toepassing voor de verwerking van de gewone persoonsgegevens in relatie tot de dienstverleningsovereenkomst die tussen de Dienstverlener persoon en de Persoon wordt afgesloten. Daarnaast is de rechtmatigheidsgrondslag 'uitdrukkelijke toestemming' (art 9 lid 2 sub a AVG) van toepassing voor de verwerking van de gegevens over de gezondheid van Persoon (bijzonder persoonsgegeven) in relatie tot de PGO. Vorenstaande betekent dat de Dienstverlener persoon zowel in relatie tot de use case Verzamelen als de use case Delen als verwerkingsverantwoordelijke de expliciete toestemming van de Persoon moet hebben alvorens de Persoon gebruik maakt van zijn PGO.

Op grond van de artikelen 7 en 8 AVG moet de Dienstverlener persoon als verwerkingsverantwoordelijke in relatie tot ‘toestemming’ voor de gegevensuitwisseling via de PGO het volgende kunnen aantonen:

a. dat en waarvoor de Persoon toestemming heeft verleend;

b. dat de toestemming vrijelijk, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig is gegeven, en  

c. wie de verwerkingsverantwoordelijke is, wat de specifieke doeleinden/ het specifieke doel van de verwerking is, wie de ontvangers van de persoonsgegevens zijn en het recht om de toestemming te allen tijde in te trekken. 

Om dit te kunnen aantonen, zal de Dienstverlener persoon een verklaring van toestemming moeten opstellen. Deze verklaring dient in een begrijpelijke, gemakkelijke, toegankelijke vorm en in duidelijke taal te worden opgesteld. Bij het geven van de toestemming moet om een actieve handeling van de Persoon gaan. De voornoemde informatie in relatie tot toestemming zal voorafgaand aan het daadwerkelijk geven van de toestemming moeten zijn verstrekt. Ook dit zal door de Dienstverlener persoon moeten kunnen worden aangetoond.    

Toestemming aan de Zorgaanbieder voor verstrekking

Zowel voor de use case Delen als de use case Verzamelen dient de Persoon voor een rechtmatige uitwisseling van gegevens over zijn gezondheid zijn toestemming ook aan de Zorgaanbieder te hebben verleend. Deze toestemming heeft betrekking op de situatie dat de Dienstverlener persoon de gegevens die hij — via het MedMij-netwerk (door middel van de Dienstverlener zorgaanbieder) en na de authenticatie van de Persoon door de Zorgaanbieder  over de Persoon van de Zorgaanbieder ontvangt ook rechtmatig verwerkt. Deze toestemming vloeit voort uit de WGBO. Op basis van artikel 7:457 BW mogen gegevens uit het medisch dossier immers niet met 'anderen' worden gedeeld, tenzij de patient hiervoor zijn toestemming heeft gegeven. De Dienstverlener persoon aan wie de Zorgaanbieder gegevens over de Persoon verstrekt ten behoeve van de PGO wordt als een 'ander' in de zin van de WGBO beschouwd. Voor deze specifieke situatie is een toestemmingsverklaring in het MedMij Afsprakenstelsel opgenomen, en wel in de use cases Verzamelen en Abonneren. In het geval van de use case Abonneren zijn het Notificaties die de gezondheidsgegevens vormen.

Rechtmatigheidsgrondslag Zorgaanbieder ontvangen

Tot slot nog de grondslag voor de Zorgaanbieder als verwerkingsverantwoordelijke om gezondheidsgegevens van de Persoon te ontvangen bij de use case Delen. Bij de use case Delen wordt op initiatief van de Persoon (door middel van de Dienstverlener persoon) persoonsgegevens en/of gegevens over de gezondheid van de Persoon (door middel van de Dienstverlener zorgaanbieder) aan de Zorgaanbieder aangeboden met het verzoek deze informatie op te nemen in het medisch dossier. De rechtmatigheidsgrondslag voor de verwerking van deze gegevens vloeit voort uit de behandelrelatie die de Zorgaanbieder met de Persoon heeft op grond van art. 7: 446 BW, alsmede de verplichting (op grond van art. 7: 454 BW) om een medisch dossier met betrekking tot de behandeling van de patiënt in te richten. In het licht van de AVG betekent dit dat het is toegestaan voor de Zorgaanbieder om persoonsgegevens te verwerken omdat dit noodzakelijk is voor de uitvoering van een overeenkomst (art. 6 lid 1 sub b AVG) en de uitvoering van een wettelijke verplichting (art. 6 lid 1 sub c AVG). Specifiek ten aanzien van de gezondheidsgegevens is het de Zorgaanbieder toegestaan om op grond van artikel 9 lid sub f AVG deze gegevens te verwerken.

Het is aan de Zorgaanbieder om te beoordelen of de gegevens en/of de gezondheidsinformatie die door de Persoon worden aangeboden ook relevant zijn voor het medisch dossier en in dit dossier worden opgenomen. Zie ook het Juridisch kader. Alvorens een Zorgaanbieder dit beoordeelt dient eerst door de Dienstverlener zorgaanbieder (namens de Zorgaanbieder) te worden gecontroleerd of er inderdaad in ieder geval een behandelrelatie is met de desbetreffende Persoon. Op basis van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg is de Zorgaanbieder voor deze situatie ook gehouden de identiteit van de Persoon te verifiëren. Indien blijkt dat er inderdaad een behandelrelatie is en de Zorgaanbieder (door middel van de Dienstverlener zorgaanbieder en de Dienstverlener zorgaanbieder via de Dienstverlener persoon) aan de Persoon laat weten dat hij ontvankelijk is om de gegevens te ontvangen, wordt door de Dienstverlener zorgaanbieder, in de vorm van een controle vraag nog eens aan de Persoon gevraagd of hij inderdaad gegevens wil delen met zijn Zorgaanbieder. Hiervoor is in het MedMij Afsprakenstelsel een bevestigingsverklaring opgenomen. Op het moment dat de Persoon dit heeft bevestigt, stuurt de Dienstverlener zorgaanbieder een zogenaamd access token aan de Dienstverlener persoon van de Persoon op basis waarvan de Dienstverlener persoon kan afleiden dat de Zorgaanbieder ontvankelijk is voor het delen van gegevens door de desbetreffende Persoon. Met deze code kan de Dienstverlener persoon de gegevens en/of de gezondheidsinformatie die de Persoon wenst te delen (via de Dienstverlener zorgaanbieder) doorzetten aan de Zorgaanbieder. Zoals eerder aangegeven, bepaalt de Zorgaanbieder vervolgens of hij deze informatie ook wenst op te nemen in het medisch dossier.  

Door een access token te gebruiken bij de use case Delen wordt gewaarborgd dat de Dienstverlener persoon ook in de use case Delen geen BSN verwerkt. Gelet op het feit dat de Dienstverlener persoon wel een access token ontvangt, kan door de Dienstverlener persoon echter wel worden afgeleid dat er sprake is van een behandelrelatie. Dit gegeven kan als een 'gegeven over de gezondheid' in de zin van artikel 4 lid 15 AVG worden beschouwd waarvoor voor de rechtmatige verwerking hiervan door de Dienstverlener persoon op grond van artikel  9 lid 2 sub a AVG 'uitdrukkelijke toestemming' door de Persoon moet worden verleend. Dit betekent dat de Dienstverlener persoon in zijn verklaring van toestemming die hij op grond van artikel 7 en 8 AVG moet opstellen, ook informatie over deze verwerking dient op te nemen.

In het geval de Zorgaanbieder (via de Dienstverlener zorgaanbieder) aan de Persoon laat weten dat er geen behandelrelatie is met de desbetreffende Persoon ontvangt de Dienstverlener persoon (via de Dienstverlener zorgaanbieder) het bericht dat de Zorgaanbieder niet ontvankelijk is voor het delen van gegevens door de desbetreffende Persoon. In deze situatie dient de Dienstverlener zorgaanbieder de persoonsgegevens die in relatie tot de use case Delen zijn verwerkt, overeenkomstig het bepaalde in de modelverwerkersovereenkomst, te verwijderen en/of te vernietigen. De rechtmatigheidsgrondslag voor de Zorgaanbieder en de Dienstverlener zorgaanbieder om in deze situatie wel het BSN te verwerken, is dat de Zorgaanbieder op grond van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in het identificatieproces verplicht is het BSN te gebruiken.

  • No labels