Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Inleiding

Op de pagina's onder deze pagina zijn, op drie abstractieniveaus, modellen opgenomen van de informatie die een rol speelt in de architectuur van het MedMij Afsprakenstelsel, in de hoofdfunctie Coördinatie. Het is de precieze "taal" van de hoofdfunctie Coördinatie. De drie abstractieniveaus verschillen in scope, stijl en structuur, maar bevatten allemaal dezelfde drie onderdelen:

  • een modeldiagram met de structuur van de betrokken soorten informatie;
  • een lijst met invarianten die extra eisen opleggen aan de instanties van het model;
  • een lijst met zogenoemde basisklassen, dat wil zeggen, klassen waarvan de structuur in het diagram niet uitgewerkt staat, maar waarvan de waarden op zichzelf betekenis geacht worden te hebben.

De verschillende informatiemodellen die zijn opgesteld voor versie 1.5.0 van het afsprakenstelsel gelden ook voor deze versie (1.5.1). Daarom wordt in de verschillende informatiemodellen nog verwezen naar versie 1.5.0.

Abstractieniveaus

De drie abstractieniveaus zijn:

De scope van alle drie de niveaus beperkt zich in de deze versie van het MedMij Afsprakenstelsel tot de informatiesoorten die van belang zijn voor de vier door de MedMij-beheerorganisatie te publiceren lijsten en voor de Catalogus. Het metamodel bevat de relevante klassen vanuit het oogmerk van aanpasbaarheid en uitbreidbaarheid op de langere termijn. Binnen de grenzen van het object-georiënteerde denken, waarmee een groot deel van het publiek van deze modellen vertrouwd zal zijn, lukt dat het best met de systematische toepassing van associatieklassen. Dit staat nader toegelicht op de metamodel-pagina.

De logische modellen hebben samen dezelfde scope, maar maken een stap naar implementatie van de lijsten en de Catalogus. Daarom zijn ze hiërarchisch van opzet, en dus minder aanpasbaar en uitbreidbaar. Bovendien zijn er drie aparte logische modellen:

  • één voor de vier lijsten, die gedurende de operatie van het MedMij-netwerk gepubliceerd worden;
  • één voor de Catalogus, die bij het afsprakenstelsel gepubliceerd wordt op een aparte pagina;
  • één voor de MedMij StelselNode, die in het afsprakenstelsel zelf gepubliceerd word;
  • één voor de twee soorten rapporten, waarmee Deelnemers moeten rapporteren over hun operatie op het MedMij-netwerk.

De technische modellen bouwen hier voort en zijn ook hiërarchisch, maar maken een verdere keuze voor technologie: XML en spreadsheet. Op dit niveau is er een apart model (XML-schema) voor elke lijst en elk rapport. Voor de Catalogus is de implementatietechnologie een tabel in een spreadsheet. Voor de MedMij StelselNode is er geen apart technisch model.

Lagere abstractieniveaus erven de relevante informatiesoorten, invarianten en basisklassen van hogere. Daarbij kan echter sprake zijn van structuur- en naamswijzigingen. Op de betreffende pagina's zijn deze abstractiestappen nader toegelicht. Zo wordt het proces van conceptuele specificatie naar technische implementatie zo controleerbaar en beheersbaar mogelijk.

  • No labels