Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Inleiding

In de platen hieronder staat het stroomdiagram van de functie Verzamelen:

  • De happy flow van de usecase verzamelen
  • De implementatie van de usecase verzamelen
  • De implementatie van het front- en backchannelverkeer.

De stroomdiagrammen tonen alleen de situatie waarin alle acties slagen tot en met het uiteindelijke verzamelen van de gezondheidsinformatie (de zogenaamde happy flow). De oranje banen horen, conform de MedMij-huisstijl tot het Persoonsdomein, de blauwe tot het Aanbiedersdomein.

Businesslaag

Menig actie in het stroomdiagram is gekleurd weergegeven. De lichtgrijs gekleurde acties vormen samen de autorisatieflow; de zachtgeel gekleurde acties vormen samen de authenticatieflow.

Omdat het stroomdiagram alleen de happy flow bevat, worden daarna de uitzonderingen beschreven.

Stroomdiagram

In elke voltrekking van de in het diagram beschreven flow is steeds sprake van één van elk van de bovenaan genoemde rollen.

De totale procesgang van de usecase Verzamelen kent de volgende stappen:

De beschikbaarheidsvoorwaarde hoort bij Regie, niet bij Uitwisseling. De voorwaarde geeft de Aanbieder ruimte om deel te nemen in aan de Persoon gegeven Regie. Omdat echter bestaande implementatie-architecturen veelal uitwisseling centraal zetten, en niet Regie, hebben zij moeite de beschikbaarheidsvoorwaarde in de regiefase te implementeren. Daarom biedt het MedMij Afsprakenstelsel vooralsnog de gelegenheid om deze in de uitwisselingsfase te implementeren.

Uitzonderingen op de Happy flow van de usecase

In onderstaande tabel staan de uitzonderingssituaties beschreven. Alle worden door de Dienstverlener aanbieder ontdekt. Om te voorkomen dat de Dienstverlener persoon informatie over het bestaan van behandelrelaties verkrijgt zonder dat daarvoor (al) toestemming is gegeven, moet het onderscheid tussen de uitzonderingen 2, 3 en 4 niet te maken zijn door de Dienstverlener persoon.

Op de Applicatielaag zullen, bij de usecase-implementatie Verzamelen, deze uitzonderingen opnieuw ter sprake komen, maar nu ook met hun precieze implementatie en formaat van de foutmeldingen.

Of de Aanbieder de gevraagde gezondheidsinformatie beschikbaar stelt aan de Persoon, is om te beginnen een zaak tussen de Aanbieder en Persoon, die daarvoor een behandelrelatie moeten hebben. Gegeven zo'n behandelrelatie is er wetgeving van toepassing op deze ter beschikkingstelling. Daarbinnen is eigen beslisruimte voor de Aanbieder. Omdat Aanbieder en Persoon evenwel geen Deelnemers in het MedMij Afsprakenstelsel zijn, specificeert het MedMij Afsprakenstelsel niet de exacte logica van de beslissing om de gezondheidsinformatie al dan niet ter beschikking te stellen. Om privacy-redenen vereist het MedMij Afsprakenstelsel echter wel dat er een behandelrelatie moet (hebben) bestaan waarbij de betreffende gezondheidsinformatie hoort én dat de Persoon minstens zestien jaar oud is (zie uitzondering Verzamelen 3).

Voor het verstrekken van gegevens aan een minder dan zestienjarige moet toestemming of een machtiging tot toestemming worden verleend door degene die de ouderlijke verantwoordelijkheid of de wettelijke verantwoordelijkheid voor de minder dan zestienjarige draagt. Omdat in dergelijke toestemmingen of machtigingen nog niet is voorzien in deze versie van het MedMij afsprakenstelsel, kan deze controle vooralsnog als onderdeel van de beschikbaarheidsvoorwaarde worden opgevat. Wanneer een toekomstige release van het MedMij afsprakenstelsel wel zulke toestemmingen of machtigingen omvat, zal de leeftijdsvoorwaarde gescheiden moeten worden van de beschikbaarheidsvoorwaarde.

nr.uitzonderingactievervolg
Verzamelen 1Dienstverlener aanbieder vindt het ontvangen verzoek ongeldig.Dienstverlener aanbieder informeert Dienstverlener persoon over deze uitzondering. Dienstverlener persoon informeert daarop Persoon hierover.Allen stoppen de flow onmiddellijk na geïnformeerd te zijn over de uitzondering.
Verzamelen 2Dienstverlener aanbieder kan de identiteit van de Persoon niet vaststellen.Dienstverlener aanbieder informeert Dienstverlener persoon dat verzoek niet wordt ingewilligd.

Allen stoppen de flow onmiddellijk na geïnformeerd te zijn over de uitzondering.

Verzamelen 3

Dienstverlener aanbieder stelt op enig moment vast dat van Persoon bij Aanbieder geen gezondheidsinformatie voor die Gegevensdienst beschikbaar is. Hiervan is in elk geval sprake indien hetzij:

  • er geen behandelrelatie is aan te wijzen als grondslag voor het verzamelen;
  • Persoon nog geen zestien jaar oud is.

Zie de toelichting op Beschikbaarheids- en ontvankelijkheidsvoorwaarde.

Verzamelen 4De voorgelegde Toestemmingsverklaring wordt niet afgegeven.
Verzamelen 5Dienstverlener aanbieder kan het antwoord op de toestemmingsvraag niet vaststellen.Dienstverlener aanbieder informeert Dienstverlener persoon over deze uitzondering. Dienstverlener persoon informeert daarop Persoon hierover.Allen stoppen de flow onmiddellijk na geïnformeerd te zijn over de uitzondering.
Verzamelen 6Dienstverlener aanbieder kan, zelfs na toestemming, de gezondheidsinformatie alsnog niet ter beschikking stellen aan de Dienstverlener persoon.Dienstverlener aanbieder informeert Dienstverlener persoon over deze uitzondering. Dienstverlener persoon informeert daarop Persoon hierover, met opgave van oorzaak.Mocht de gezondheidsinformatie deels wel (geautoriseerd) ter beschikking staan, dan kan de flow dat nog verzorgen.
Verzamelen 7Persoon annuleert het inloggen.Dienstverlener aanbieder presenteert een annuleringspagina en biedt Persoon de optie om toch in te loggen.Indien Persoon kiest niet in te willen loggen, kan het scherm gesloten worden. Persoon kan er ook voor kiezen toch in te loggen. In dat geval vraagt Dienstverlener aanbieder weer om credentials.

Applicatielaag

Menige actie in het stroomdiagram is gekleurd weergegeven. De lichtgrijs gekleurde acties vormen samen de autorisatieflow volgens OAuth 2; de zachtgeel gekleurde acties vormen samen de authenticatieflow. Deze kleuren verwijzen dus alleen maar naar de gebruikte standaarden en zeggen niets over welke component de stap zou moeten uitvoeren. Authenticatie is dus ingebed in autorisatie.

Verantwoordelijkheden inzake uitzonderingen op de happy flow zijn opgenomen bij de respectievelijke interface, waar de uitzonderingen bij de usecases zijn genoemd.

Stroomdiagram

In elke voltrekking van de in het diagram beschreven flow is steeds sprake van één van elk van de bovenaan genoemde rollen.

De flow kent de volgende stappen:

  1. De DVP Server start de flow door in de User Agent van de Persoon de mogelijkheid te presenteren om één of meerdere Gegevensdiensten bij een zekere Aanbieder te verzamelen. Uit de Aanbiederslijst weet de DVP Server welke Gegevensdiensten door een Aanbieder aangeboden worden. Desgewenst worden de Gegevensdienstnamen uit de Gegevensdienstnamenlijst gebruikt.
  2. De Persoon maakt expliciet zijn selectie en laat de User Agent een authorization request sturen naar de Authorization Server. Het adres van het authorization endpoint komt uit de Aanbiederslijst. De redirect_uri geeft aan waarnaartoe de Authorization Server de User Agent verderop moet redirecten (met de authorization code). Het authorization request mag desgewenst, onder voorwaarden, meerdere Gegevensdiensten van de Aanbieder bevatten.

    Toestemming voor meerdere Gegevensdiensten van een Aanbieder

    In een authorization request mogen meerdere Gegevensdiensten van eenzelfde Aanbieder worden gecombineerd wanneer:

    1. de gegevensdiensten worden aangeboden binnen één zelfde interfaceversie, EN
    2. de FQDN van de in de ZAL, voor deze gegevensdiensten, opgenomen AuthorizationEndpoints met elkaar overeenkomen, EN
    3. de FQDN van de in de ZAL, voor deze gegevensdiensten, opgenomen TokenEndpoints met elkaar overeenkomen.
  3. Daarop begint de Authorization Server de OAuth-flow (in zijn rol als OAuth Authorization Server) door een sessie te creëren.
  4. De Authorization Server vraagt de Persoon via zijn User Agent in te loggen.
  5. Dan start de Authorization Server (nu in de rol van Authentication Client) de authenticatieflow door de User Agent naar de Authentication Server te redirecten, onder meegeven van een redirect_uri, die aangeeft waarnaartoe de Authentication Server straks de User Agent moet terugsturen, na het inloggen van de Persoon.
  6. De Authentication Server vraagt de Persoon via zijn User Agent om inloggegevens.
  7. Wanneer deze juist zijn, redirect de Authentication Server de User Agent terug naar de Authorization Server, onder meegeven van een ophaalbewijs. Wanneer het inloggen is afgebroken geeft de Authorization Server de Persoon alsnog de mogelijkheid via zijn User Agent in te loggen.
  8. Met dit ophaalbewijs haalt de Authorization Server rechtstreeks bij de Authentication Server het BSN op.
  9. Dan breekt het vroegste moment aan waarop de Authorization Server ervoor instaat dat de Aanbieder voor de betreffende Gegevensdienst(en) überhaupt gezondheidsinformatie van die Persoon beschikbaar heeft, of anders de happy flow afbreekt. Daarvan maakt deel uit dat de Persoon daarvoor minstens 16 jaar oud moet zijn.
  10. Indien de Aanbieder kan instaan voor de beschikbaarheid van tenminste één Gegevensdienst, of wanneer géén gebruik wordt gemaakt van dit vroegste moment, dan presenteert de Authorization Server via de User Agent aan Persoon in een Toestemmingsverklaring, de vraag of Persoon de Aanbieder toestaat de gevraagde persoonlijke gezondheidsinformatie aan de DVP Server (als OAuth Client) te sturen. Indien op dit moment al bekend is dat een bepaalde Gegevensdienst niet beschikbaar is voor de Persoon, dan mag deze niet worden opgenomen in de Toestemmingsverklaring.
  11. Bij akkoord logt de Authorization Server dit als toestemming, genereert een authorization code en stuurt dit als ophaalbewijs, door middel van een User Agent redirect met de in het authorization request ontvangen redirect_uri, naar de DVP Server. De Authorization Server stuurt daarbij de local state-informatie mee die hij in het authorization request van de DVP Server heeft gekregen. Laatstgenoemde herkent daaraan het verzoek waarmee hij de authorization code moet associëren.
  12. De DVP Server vat niet alleen deze authorization code op als ophaalbewijs, maar leidt er ook uit af dat de toestemming is gegeven en logt het verkrijgen van het ophaalbewijs.
  13. Met dit ophaalbewijs wendt de DVP Server zich weer tot de Authorization Server, maar nu zonder tussenkomst van de User Agent, voor een access token.
  14. Daarop genereert de Authorization Server een access token en stuurt deze naar de DVP Server.
  15. Nu is de DVP Server gereed om één of meerdere verzoeken om de gezondheidsinformatie naar de Resource Server te sturen, nadat hij de Persoon eventueel nog nadere keuzes heeft laten maken. Het adres van de juiste resource endpoints haalt hij uit de Aanbiederslijst. Hij plaatst telkens het access token in het bericht en zorgt ervoor dat in het bericht geen BSN is opgenomen.
  16. De Resource Server controleert bij ieder verzoek of het ontvangen token recht geeft op de gevraagde resources en haalt deze (al dan niet) bij achterliggende bronnen op. Dan breekt het uiterste moment aan waarop de Resource Server ervoor moet instaan dat voor de Gegevensdienst waartoe een verzoek behoort de Aanbieder de gezondheidsgegevens beschikbaar heeft. Is dat zo, dan verstuurt de Resource Server deze ze in een resource response naar de DVP Server.
  17. De DVP Server bewaart de ontvangen gezondheidsinformatie in het persoonlijke dossier. De DVP Server bevraagt de Resource Server daarna mogelijk opnieuw, eventueel na nieuwe interactie met de Persoon. Zolang het access token geldig is, kan dat.

In de regel worden bij een eenmalig gebruik van Verzamelen het authorization interface, het token interface en het resource interface allemaal aangesproken, in die volgorde. Mocht de DVP Server echter nog beschikken over een nog niet verlopen access token voor de betreffende Aanbieder-Gegevensdienst-combinatie, dan kan het onmiddellijk het resource interface aanspreken.

Het MedMij Afsprakenstelsel adviseert de beschikbaarheidsvoorwaarde op het vroegst aangegeven moment van kracht te laten zijn. Vooralsnog staat het MedMij Afsprakenstelsel toe die voorwaarde op een later moment van kracht te laten zijn, maar niet later dan het laatste in het figuur aangegeven moment.

Bij de implementatie van de voorwaarde op beschikbaarheid bij de Aanbieder voor de te verzamelen gezondheidsgegevens is het zaak rekening te houden met privacy-vereisten. Wanneer de Dienstverlener aanbieder ten behoeve van de beschikbaarheidsvoorwaarde nieuwe gegevensverzamelingen zou aanleggen, vindt een verwerking altijd onder de verantwoordelijkheid van één Aanbieder plaats. Het combineren van verwerkingen of het onvoldoende segregeren moet worden vermeden. Afwijking hiervan is alleen mogelijk onder expliciete instructie van de Aanbieder(s) en vereist een zorgvuldige voorafgaande afweging, vanwege de daaraan verbonden privacyrisico's.

Technologielaag

In het bovenstaande stroomschema geven de dikke pijlen het MedMij-verkeer weer en zijn daarbinnen de vijf gevallen van frontchannel-verkeer (open pijlpunt) en vier gevallen van backchannel-verkeer (gesloten pijlpunt) aangegeven.

  • No labels