Page tree

Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

Opmerking vooraf

Deze RFC bouwt voort op RFC0021, die gaat over het uitbreiden van de soorten Aanbieders die, naast Zorgaanbieders, actief kunnen zijn op het MedMij-netwerk. Voor  Modulediensten, het onderwerp van deze RFC, geldt dat ook. Ook die moeten kunnen worden aangeboden op het MedMij-netwerk door niet alleen Zorgaanbieders, maar bijvoorbeeld ook door specifieke Module-aanbieders. Daarom maakt deze RFC alvast gebruik van de terminologiewijzigingen die door RFC0021 worden voorgesteld. Het gaat om bijvoorbeeld:

  • Aanbieder (in plaats van alleen Zorgaanbieder)
  • Dienstverlener aanbieder (in plaats van Dienstverlener zorgaanbieder)
  • Aanbiedersnaam (in plaats van alleen Zorgaanbiedersnaam)
  • Aanbiedersnamenbeleid (in plaats van alleen Zorgaanbiedersnamenbeleid)
  • Aanbod (in plaats van Zorgaanbiederslijst)
  • Diensten en Modulediensten (in plaats van alleen Gegevensdiensten)

Deze RFC bouwt ook voort op RFC0028, die gaat over verwijzingen in Gegevensdiensten. Dat komt doordat in veel gebruikscontexten van Modulediensten de Persoon van een (Zorg)aanbieder in het kader van een behandeling de taak zal krijgen (Verzamelen) om een Moduledienst te gebruiken. De Gegevensdienst waarmee die taak wordt Verzameld zal dan moeten verwijzen naar de Moduledienst.

Naar aanleiding van de lessen uit de consultatiesessie van 10 juli 2020, is besloten deze RFC niet in release 1.3.0 op te nemen, maar op een nader te bepalen later tijdstip te behandelen.

Waarom is deze RFC nodig?

Er is een stijgende vraag naar het omgaan, in MedMij-kader, met Diensten die verder gaat dat het Verzamelen en Delen van gezondheidsgegevens, zoals het aanroepen en gebruiken van e-health-modules voor blended care (in de GGZ en elders), of een e-consultapplicatie. Deze wensen zijn actuele items op de strategische roadmap van MedMij. Waar Gegevensdiensten gezondheidsgegevens laten Verzamelen of Delen, hebben zulke Modulediensten (ook) applicatielogica. De functionaliteit van een Moduledienst kan geboden worden in de vorm van een app, een website, of anderszins, zolang die functionaliteit maar elektronisch te benaderen is, in de vertrouwenscontext van MedMij.

Het gebruik van een Moduledienst door een Persoon levert persoonlijke outputgegevens op, die ook onder de regie van de Persoon moeten vallen. Daarom moet ook het Verzamelen van die outputgegevens door de Aanbieder worden aangeboden, hetzij in de betreffende Moduledienst zelf, hetzij ernaast.

Hoewel deze RFC een wezenlijke versterking van het stelsel betreft, verandert het niets aan de posities van de huidige Deelnemers en Zorgaanbieders. Het betreft enkel uitbreiding van de mogelijkheden en geen nieuwe of gewijzigde verplichtingen. Voor de Deelnemers betekent deze RFC bovendien geen implementatie-inspanningen. Die zijn pas aan de orde wanneer een Deelnemer of een Aanbieder een zekere Moduledienst zou willen (laten) implementeren.

Oplossingsrichting

Voor het mogelijk maken van Modulediensten moet het allereerst mogelijk zijn Aanbieders van deze Modulediensten in het stelsel op te nemen, ook als dit geen Zorgaanbieders zijn, en hen te laten bijstaan door Dienstverleners. Hiervoor zij verwezen naar RFC0021, die echter veel verder gaat dan alleen Aanbieders van Modulediensten.

Ten behoeve van Modulediensten stelt deze RFC voor de volgende uitbreidingen op het afsprakenstelsel door te voeren.

  • Gebruik — Het gebruik van Modulediensten vindt, net als van Gegevensdiensten, plaats met de use cases Verzamelen en Delen. Er zijn geen nieuwe use cases nodig. Het verschil met Gegevensdiensten is dat de aanroep van een Moduledienst nu ook als resource request in de (standaard voor de) Moduledienst is opgenomen.
    • Als een Moduledienst bij de use case Delen hoort, landt de output van de Moduledienst bij de Aanbieder ervan. In dat geval wordt die Aanbieder verplicht ook een Gegevensdienst aan te bieden voor het alsnog Verzamelen van die output in de PGO. Hiervoor biedt de Catalogus-structuur al de Vereist-kolom.
    • Als een Moduledienst bij de use case Verzamelen hoort, wordt die output bij voorbaat, als onderdeel van de Moduledienst, Verzameld in de PGO.
  • Coördinatie — Modulediensten worden op dezelfde manier als Gegevensdiensten gecoördineerd door MedMij. Dat wil zeggen dat zij worden opgenomen in (eventueel aparte) Catalogi, dat hun gebruik gestandaardiseerd wordt, dat erop gekwalificeerd moet worden en dat zij integraal worden opgenomen in het Aanbod. De Catalogus-structuur moet geschikt gemaakt worden voor (ook) Modulediensten. Een Catalogus van Modulediensten kan gezien worden als een off-line "Module store" voor Aanbieders van zekere typen. Net als bij Gegevensdiensten staat bij Modulediensten in de Catalogus vermeld welke type Aanbieders hen mag aanbieden. In het beheer van de betreffende Catalogi kan kwaliteitsbeleid worden toegepast op de in de Catalogus opgenomen Modulediensten, ook op de medisch-inhoudelijke kwaliteit ervan. Dat is aan de beheerder van die Catalogus. Zie RFC0021.
  • Kwalificatie — Kwalificatie op een Gegevensdienst toetst of een (Dienstverlener) Aanbieder de Moduledienst volgens de specificatie aanbiedt, respectievelijk of een Dienstverlener persoon de Moduledienst goed gebruikt.
  • Acceptatie — Er hoeft niet specifiek op Modulediensten geaccepteerd te worden. Wel kan het (en zal het waarschijnlijk) zo zijn dat Modulediensten worden aangeboden door een specifiek type Aanbieder, conform RFC0021. Zoals in die RFC beschreven vraagt een apart type Aanbieder wel om een aparte acceptatie op dat type. Als er voor het gebruik van zekere Modulediensten een andere wijze van authenticeren en/of toestemmen nodig zou zijn, inclusief een aangepaste toestemmings- of bevestigingsverklaring, hoort dat dus bij het betreffende type Aanbieder, niet bij de Moduledienst zelf.
  • Abonneren — Abonneren kan in principe ook op Modulediensten, maar is net als bij Gegevensdiensten een keuze voor ten eerste MedMij (via de Catalogus), ten tweede de Aanbieder, ten derde de Dienstverlener persoon en ten vierde de Persoon. Een notificatie kan bijvoorbeeld betekenen dat de Moduledienst zelf aangeeft dat hij een volgende stap voor de Persoon heeft klaar staan om uit te voeren.
  • Vragenlijsten — De omgang met vragenlijsten kan naar believen ingericht worden met Modulediensten of alleen met Gegevensdiensten (zoals momenteel). In het eerste geval betreft de Moduledienst applicatiefunctionaliteit voor het renderen en laten invullen van een vragenlijst, terwijl in het tweede geval in het Persoonsdomein moet worden voorzien in die functionaliteit, typisch door de PGO. Deze twee varianten kunnen naast elkaar actief zijn op het MedMij-netwerk. Het MedMij Afsprakenstelsel laat de betreffende Informatiestandaarden vrij in deze keuze.
  • Verwijzen — Typisch wordt naar Modulediensten verwezen in de resultaten van een Gegevensdienst. Zo kan een Persoon bijvoorbeeld een Gegevensdienst gebruiken van een Aanbieder uit de GGZ, waarmee hij een taak verzamelt om een Moduledienst te gaan gebruiken. Maar ook verwijzingen naar vragenlijsten zijn gewenst. Verwijzingen kunnen ook naar Gegevensdiensten verwijzen. MedMij moet gaan voorzien in een standaardwijze waarop verwijzende Aanbieders kunnen verwijzen naar Diensten van zekere (andere) Aanbieders. Die standaardwijze moet worden toegepast in de verwijzende Gegevensdiensten en de Informatiestandaarden waarop zij zijn gebaseerd.
    De Aanbieder van de verwijzende Gegevensdienst is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de verwijzing, net als voor de kwaliteit van alle informatie die hij bij zich laat Verzamelen. Bij de kwaliteit van de verwijzing hoort de resolvability, dat wil zeggen, dat de verwijzing naar het goede verwijst (en überhaupt ergens naar). Om te beginnen hoort ook de kwaliteit van datgene waarnaar verwezen wordt bij de verantwoordelijkheid van de Aanbieder van de verwijzing. Daarbij kan de Aanbieder echter gebruik maken van het vertrouwen dat het MedMij-netwerk biedt. Hij kan kiezen uit drie varianten:
    • een zelf-verwijzing: de Aanbieder verwijst naar een ander onderdeel van dezelfde Gegevensdienst van hemzelf als waarin de verwijzing is opgenomen. In dat geval wordt de verwijzing gebruikt in dezelfde vertrouwenscontext als waarin de verwijzing is verzameld. De verwijzende Aanbieder bouwt hier dus voort op het MedMij-vertrouwen. Voor de Persoon is dit de meest eenvoudige, omdat hij niet wisselt van vertrouwenscontext.
    • een MedMij-verwijzing: de Aanbieder verwijst naar een andere Aanbieder-Dienst-combinatie op het MedMij-netwerk. Die combinatie moet dan wel in het Aanbod staan. In dat geval wordt de verwijzing dus gebruikt in een andere vertrouwenscontext, maar wel onder het MedMij-vertrouwen. Overigens kan het hier een willekeurig (type) Aanbieder betreffen, en ook dezelfde Aanbieder als de verwijzer (maar met een andere Dienst). Ook in deze variant bouwt de verwijzer voort op het MedMij-vertrouwen. Voor de Persoon moet duidelijk zijn dat hij wisselt van vertrouwenscontext, maar binnen MedMij.
    • een externe verwijzing: de Aanbieder verwijst naar buiten het MedMij-netwerk, en dus niet naar een Aanbieder of Dienst uit MedMij. Dit is de meest vrije variant, maar laat het dus geheel aan de verwijzende Aanbieder om jegens de Dienstverlener persoon en de Persoon borg te staan voor de kwaliteit van datgene waarnaar hij verwijst. MedMij zal de verwijzende Aanbieder zelf daarop aanspreken. Voor de Persoon moet duidelijk zijn dat hij interacties aangaat buiten MedMij, waarop hij de verwijzende Aanbieder mag aanspreken. Voor die interacties mag niet het MedMij-merk worden gebruikt.
  • Tot slot — Modulediensten moeten naast Gegevensdiensten een plaats krijgen op alle onderdelen van het MedMij Afsprakenstelsel. Samen heten zij Diensten. Deze RFC voorziet niet in de feitelijke introductie van specifieke Modulediensten. Dat is, zoals altijd, naar keuze van de Aanbieder ervan. Deze RFC bereidt het MedMij Afsprakenstelsel daar slechts op voor.
Aanpassing van
  • Overal in het MedMij Afsprakenstelsel waar sprake is van Gegevensdiensten moet
    • dit op alle Diensten van toepassing worden verklaard,
    • of hiervoor Modulediensten worden uitgesloten,
    • of een aparte verantwoordelijkheid voor Modulediensten worden toegevoegd.
  • De Catalogus-structuur moet, voor zover niet al aangepast vanwege RFC0021, geschikt worden voor Modulediensten.
  • Er moet een standaardpatroon voor verwijzingen worden ontwikkeld.
Impact op rollen

Geen

Impact op beheerCatalogus-beheer wordt geraakt.
Impact op RnA

Geen

Impact op Acceptatie

Geen

Gerelateerd aan (Andere RFCs, PIM issues)
Eigenaar

Paul Oude Luttighuis

Implementatietermijn

Later dan release 1.3.0

Motivatie verkorte RFC procedure (patch)

N.v.t.

...