Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

...

  1. Het MedMij afsprakenstelsel zullen in principe slechts afspraken over workflow functies worden opgenomen, wanneer zij plaatsvinden op het koppelvlak tussen DVP en DVA.

  2. Een taak, waarbij de Persoon actief is betrokken, kan betrekking hebben op het gebruik van één of meerdere verzamelen- of delen-gegevensdiensten. Persoon kan bijvoorbeeld zelfmetingen simpelweg delen conform de bestaande functie "delen".  Het "delen" kan, door de Persoon of door de Aanbieder, ook worden verbonden aan een taak (waarvan de Persoon of de aanbieder de uitvoerder is).
  3. Uitwisselingen die verlopen conform de bestaande Functie Verzamelen en Functie Delen blijven intact, maar kunnen dus ook plaats gaan vinden in de context van een workflow. Wanneer dit is gewenst, dan is op voorhand niet uit te sluiten dat de informatiestandaard enigszins dient te worden aangepast en hiermee ook een nieuwe gegevensdienst ontstaat. Bij voorkeur is dit natuurlijk niet nodig. E.e.a. zal duidelijk worden in de nadere (technische) uitwerking.
  4. Hetzelfde principe geldt in de toekomst voor modules. Een taak die vanuit de PGO wordt gestart in een bepaalde module kan dan zelfstandig plaatsvinden, maar kan eveneens worden gekoppeld aan een taak binnen een bepaalde workflow.
  5. Voor gegevensdiensten waarin workflow concepten reeds deel uitmaken van de informatiestandaard, geldt dat een mogelijk nieuwe versie van de gegevensdienst/informatiestandaard dient te worden gerealiseerd, zodat gebruik kan worden gemaakt van de generieke workflow functies van het MedMij afsprakenstelsel.
  6. Omdat in de uitvoering van een workflow, meer dan één gegevendienst en/of moduledienst betrokken kan zijn, worden workflow-gerelateerde interacties, zoals het aanmaken en wijzigen van een taak, buiten de gegevensdiensten en modulediensten ondergebracht. Hetzelfde geldt voor het generieke informatiemodel van een taak. Deze aspecten worden dus generiek gespecificeerd en hoeven slechts één maal te worden geïmplementeerd. Binnen een gegevensdienst of moduledienst dient wel worden gespecificeerd, op welke wijze, de interacties die deel uitmaken van een dienst kunnen worden gebruikt binnen taken in een workflow.
  7. Notificaties (aan aanvragers, uitvoerders en/of geïnteresseerden) verlopen via de MedMij Functies Abonneren en Notificeren, en maken dus geen deel uit van de workflow functionaliteit zelf.
    1. Persoon moet kunnen opvragen welke abonnementen zijn genomen m.b.t. haar persoon (door zichzelf en door aanbieders)
    2. Aanbieders moeten kunnen opvragen welke abonnementen zij zelf hebben genomen.
  8. MedMij stelt persoon in staat om regie te nemen op haar eigen gezondheid. Dit geldt in de basis ook voor het starten van workflows, waar persoon de regie heeft:
    1. Persoon kan op eigen initiatief (periodiek) een workflow starten
    2. Persoon kan, bij een aanbieder, middels de Functie Abonneren, een abonnement nemen op het verzamelen van taken
      • Hierdoor kan ook de aanbieder een (vooraf overeengekomen type) workflow starten, en de Persoon, middels de Functie Notificeren, vragen een verzamelverzoek m.b.t. (door aanbieder gestarte) taken te doen
    3. Persoon kan besluiten een taak, waarom wordt verzocht, uit te voeren of te weigeren
  9. Een taak dient informatie te bevatten waarmee desgewenst, na creatie ervan, dynamisch de eindverantwoordelijke, de (initiële) uitvoerder en eventuele geïnteresseerden kunnen worden bepaald.
  10. Binnen een taak kan door betrokken partijen met elkaar worden gecommuniceerd (tekst). Deze communicatie wordt gekoppeld aan de desbetreffende taak.
  11. Workflow is een extensie die, net als abonneren, kan worden geboden door de aanbieder, en door de persoon kan worden gebruikt. Aangemaakte activiteiten worden altijd beheerd door een DVA, ook wanneer de uitvoerder of de aanvrager een (device van) een persoon is.
  12. Workflow functionaliteit is optioneel voor zowel DVA’s als DVP’s, maar kan wel zijn vereist voor sommige gegevensdiensten.
  13. De voor workflow benodigde interacties kunnen per type aanbiedersdomein conform een, in het betreffende domein gangbare, informatiestandaard worden uitgewerkt. In het zorgaanbiederdomein wordt gekozen voor HL7-FHIR, omdat hiermee de samenhang met de gegevensdiensten optimaal kan worden geborgd, en omdat FHIR ook al een vrij goede uitwerking bevat van workflow concepten. Met deze keuze wordt het dan wel lastig om workflows te ondersteunen waarin verschillende typen aanbiedersdomeinen betrokken zijn. Moeten we daarom misschien niet toch (net als bij abonneren & notificeren) kiezen voor een generieke standaard (indien beschikbaar) of desnoods weer voor een MedMij-eigen standaard?

...